thema |
Industriestad |
INDUSTRIESTAD
<<< terug naar BAI-stad
PDF:
Wandelroute Industriestad.pdf <2,6MB>
Google Maps: <wandelroute 'de industriestad'>
Onderwerpen: Stedelijk museum - Kunstacademie - Kop vh Zand - PNEM oud - PNEM nieuw - Pettelaarpark - Sculptuur Andre Volten - Soetelieve - Grytercomplex - Drie Mollen - Grassofabriek
Blinkend glas en staal (bron: 10XDENBOSCH - Olv Klijn en Joks Jansen)
Aan de gloriedagen van De Wolfsdonken (en ’s-Hertogenboschals industriestad) herinneren vandaag de dag alleen het gebouw van de huidige kunstacademie, de Verkadefabriek en het BBA-complex. Vanaf de jaren zeventig raakte De Wolfsdonken in verval doordat aansprekende gebruikers wegtrokken naar nieuwe industrieterreinen. De kwaliteit en de uitstraling van het bedrijfsklimaat ging snel achteruit. Het publieke proces van downgrading werd nog eens versterkt door de opkomst van straatprostitutie op dit terrein. Begin jaren tachtig werd duidelijk dat de (her)industrialisatie van ’s-Hertogenboschstokte als gevolg van de wereldwijde economische recessie.
foto: Hans Aarsman - 2008: Tramkade de Heuse
De Gruyter, met zes fabrieken een van de grootste werkgevers van de stad, moest na een lange doodstrijd zijn poorten sluiten. Ook Remington Rand en Michelin konden hun productiefaciliteiten in ’s-Hertogenbosch niet langer openhouden. De industriële werkgelegenheid werd door deze sluiting zwaar getroffen, met als gevolg een snel stijgende werkeloosheid. Om het tij te keren formuleerde het gemeentebestuur een drietal prioriteiten, te weten: verder herstel en aantrekkelijk maken van de binnenstad, modernisering van het vestigingsbeleid door een betere profilering en segmentatie van bedrijventerreinen, en de aanpak van enkele grote, binnenstedelijke herstructureringsprojecten.
Vanaf de jaren zeventig en tachtig profileert ’s-Hertogenbosch zich niet langer als industriestad, maar als diensten- en kantorenstad. Het accent in het ruimtelijk beleid wordt verlegd van industrie naar bedrijventerrein. Een exemplarisch voorbeeld van deze accentverschuiving is het bedrijventerrein Soetelieve in De Herven, dat tussen 1976 en 1978 ten noorden van de stad wordt aangelegd. Ten tijde van de eerste oplevering werd het ontwerp van stedenbouwkundig bureau Wegener Sleeswijk en de architecten F. van Waes en K. Hofkens alom beschouwd als voorbeeld van een ‘best practice’ op het gebied van bedrijventerreinen. Het bijzondere aan het ontwerp voor Soetelieve was de gelijktijdige en integrale inschakeling van stedenbouw en groenontwerp, waardoor een terrein met ‘allure’ ontstond, perfect geschikt voor een nieuw type bedrijven. Het ontwerp omvatte oorspronkelijk 41 hectare, waarvan ongeveer 8 hectare is gerealiseerd. In vier verzamelgebouwen werden verschillende bedrijven samengebracht.
foto: Hans Aarsman - 2008: Betonwoningen
Rondom alle gebouwen werd een dunne groene schil voorzien met een bijzonder combinatie van bomen en struiken, waardoor de openbare ruimte een sterke eenheid uitstraalde. Mede ingegeven door het succes van Soetelieve, de nieuwe prioriteiten en het idee dat de stad, evenals in de zeventiende en achttiende eeuw, optimaal zou moeten profiteren van haar gunstige geografische ligging, besluit ’s-Hertogenbosch in 1986 als een van de eerste gemeenten in Nederland gesegmenteerde bedrijventerreinen te ontwikkelen. Deze ontwikkeling krijgt een extra impuls door de aanleg van de A 2 en de A 59. Als opmaat voor de ontwikkelingen rond het station, waarbij veel middelgrote kantoren geherhuisvest moesten worden, wordt het Pettelaar Park ontwikkeld, direct gelegen nabij de op- en afritten van de A2. Bedrijven op deze zicht locatie wordt een aantrekkelijke vestigingsplek geboden. Van gemeentewege werd de locatie ook gezien als een versterking van de kantorenfunctie bij het tot dan toe wat solitair gelegen provinciehuis. In functioneel opzicht is Pettelaar Park te beschouwen als de ‘topper’ van de Bossche bedrijventerreinen uit deze periode. Moderne kantoorpanden op korte afstand van de A2 en het stadscentrum maken dit bedrijventerrein uitermate geschikt voor accountancybureaus en andere zakelijke dienstverlenende bedrijven die, zoals men het destijds omschreef, een ‘sjieke charisma moeten uitstralen’.
foto: Hans Aarsman - 2008: KPN - parallelweg
Opvallend is dat medio jaren negentig, net zoals in het tijdperk Loeff en Maaskant, Amerika wederom de referentie voor de architectuur van bedrijventerreinen vormt. Nu echter kozen de architecten en hun opdrachtgevers voor een vormentaal van blinkend glas en staal en smetteloze, met natuursteen beklede ontvangstruimten. Dit idioom sloot beter aan op het post-fordistische, smetteloze en geruisloze productieproces van de kenniswerkers (advocaten, consultants, accountants) die de stad waren binnengelokt, en de corporate identity die de bedrijven wilden uitstralen. Geen bonkende en stoepende machines, maar licht snorrende computers bepalen het productieproces. Glimmende dozen, die uitkijken over het snelweglandschap, markeren (in makelaarstermen) dure zichtlocaties, die bestaan bij de gratie van een optimale bereikbaarheid. Van het wat nukkige, hoekige, en stoere ’s-Hertogenbosch zoals Maaskant en Loeff zich dat voorstelden, is inmiddels weinig meer over. Als ze zich hadden verdiept in de geschiedenis van de stad hadden ze het kunnen weten. ’s-Hertogenbosch wil geen echte industriestad zijn.
foto: Hans Aarsman - 2008: Tinnegieterstraat

bai stad

